• VAN DOORNE | Advocaten (onder)zoeken diversiteit
  • 10 juni 2012
  • Opdrachten
VAN DOORNE | Advocaten (onder)zoeken diversiteitVAN DOORNE | Advocaten (onder)zoeken diversiteitVAN DOORNE | Advocaten (onder)zoeken diversiteit

Een Libanese kunstenares die atelier houdt in een chique Amsterdams advocatenkantoor, een groter contrast is nauwelijks denkbaar.  Bij advocaten- en notarissenkantoor Van Doorne gebeurde het vijf weken lang. Omdat het kantoor diverser wil worden wat betreft culturele achtergrond van medewerkers en cliënten, en omdat alleen praten over dit onderwerp niet genoeg in beweging brengt. Na afloop zijn de betrokkenen onder de indruk. “Nooit gedacht dat er in zo’n korte tijd zoveel losgemaakt kan worden.”

“Het prototype sollicitant bij ons kantoor is 24, heeft in Leiden gestudeerd, is blond en heet Roos”, zegt Hugo Reumkens, managing partner bij Van Doorn, gekscherend. “Nog steeds zijn wij een cultureel behoorlijk homogene organisatie, terwijl diversiteit ook voor ons steeds belangrijker wordt. Want wij willen cliënten met verschillende culturele achtergronden bedienen en divers juridisch talent in huis halen. Als we niet snel iets aan diversiteit doen, missen we de boot.” Voor dit vraagstuk riep hij de hulp in van Art Partner, omdat we bedrijven en organisaties bij organisatiethema’s als vertrouwen, integriteit, samenwerking en klantrelaties. Onder leiding van andere bureaus waren er al gesprekken en een interne cursus over diversiteit gehouden. Maar dit gebeurde volgens Reumkens in een ‘taal’ die het kantoor eigenlijk te goed kende en had daardoor weinig impact.  “Het bleef te rationeel en teveel aan de oppervlakte. Blijvende veranderingen komen vaak juist vanuit het gevoel. Kunst komt vanuit dit gevoel en werkt erop in. Ook zocht ik naar de creatieve chaos die een kunstenaar kan creëren. Vanuit die openheid kunnen de meest waardevolle dingen naar boven komen.”

Persoonlijk

Art Partner selecteerde uit zijn bestand van zo’n veertig kunstenaars de van oorsprong Libanese performance- en videokunstenares Lina Issa die het thema diversiteit in persoon belichaamt en tegelijkertijd de brug tussen culturen weet te slaan, onder meer omdat ze zeer goed Nederlands spreekt. Volgens directeur Sandra Boer van Art Partner “een intelligente, stevig in haar vak gewortelde vrouw. Iemand die intuïtief feilloos onderscheid weet te maken tussen wat echt en onecht is.” Issa had al verschillende kunstprojecten rond diversiteit op haar naam staan in de zogeheten Prachtwijken. De afspraak was dat ze vijf weken in het kantoor van Van Doorne ‘atelier’ zou houden. Zestien medewerkers werden uitgenodigd om met haar aan de slag te gaan. Het proces rondom diversiteit was het belangrijkste, er hoefde geen kunstwerk uit voort te komen.

Advocaat Cees Jan de Boer was een van die zestien medewerkers. Vooral de intentie dat er een open wisselwerking tussen kunstenares en deelnemers kon ontstaan, deed hem besluiten deel te nemen. “Geen keurslijf – heel prettig.” Voor de eerste individuele gesprekken had Issa de aan haar toegewezen ruimte ingericht met haar persoonlijke dingen. De tafel was gedekt en er stonden hapjes met de smaken van haar geboorteland. De Boer: “Een prachtig contrast: een willekeurige ochtend op kantoor en dan aan de hangop met zout en olijfolie! Het zet je meteen op een ander been.” Ter voorbereiding op het gesprek had de kunstenares drie  persoonlijke, vriendelijk-indringende vragen meegegeven. Thema’s waarom het ook in het vervolg van het traject bleef draaien. Wie is voor jou ‘de ander’? Wanneer voel jij je kwetsbaar? Waar voel je je welkom?  “Voor velen van ons was dat persoonlijke erg wennen. Maar het maakte meteen zichtbaar hoe relatief onpersoonlijk je in dit soort kantoren gewend bent met elkaar om te gaan.”

Neutrale ruimte

Het eerste wat kunstenares Lina Issa opviel, was de onpersoonlijkheid van de kamer die ze toegewezen had gekregen. “Ik begrijp niet dat men kan denken dat een neutrale ruimte bestaat. Niets begint met een onbeschreven blad. Een voorwerp op tafel kan de ontmoeting die je hebt juist voeden. Je kunt het vastpakken en er betekenis aan toevoegen.” In deze ruimte dekte ze de tafel met de “smaken van haar jeugd” omdat ze alleen openhartigheid van anderen wilde vragen wanneer ook zij iets wezenlijks van zichzelf liet zien. “Op de verhalen die hieraan vastzitten, konden we gemakkelijk inhaken.” Gedurende de vijf weken ging ze volgens haar zeggen door hetzelfde proces als de medewerkers. “Ook voor mij was het een voortdurende oefening om open te blijven ten opzichte van mensen die heel anders zijn dan ik – soms ook sceptici. Tegen iedereen vertelde ik wat mijn gevoelens waren, op een manier waarbij ik tegelijkertijd voor hen de deur open zou houden.”

Hugo Reumkens herkent het relatief onpersoonlijke als een van de kenmerken van de organisatiecultuur. Het is ook nodig want advocaten willen ten behoeve van de cliënt graag hun eigen dingen op de achtergrond zetten, luidt zijn verklaring. “Maar we mogen best persoonlijker worden ten opzichte van collega’s. Dat maakt het werk alleen maar interessanter en spannender. In de vijf weken met Lina heb ik me gerealiseerd dat wij hierin nog flinke winst kunnen boeken. Omdat zij de mensen persoonlijk aansprak over ‘de ander’, kwamen ze ook zichzelf tegen. Dat was prachtig en af en toe behoorlijk confronterend. Maar ja, we  wilden juist de diepte in.”

Fátima en Mustafa

Na de eerste week van persoonlijke gesprekken leek het Lina Issa een goed idee om de advocaten “naar buiten” te sturen. Ze organiseerde gesprekken in de stad met allochtonen die ze uit eerdere projecten kende. “Dat betekende de wijk weer in, op de deur kloppen bij Fátima en Mustafa. Soms was hun reactie: ze komen toch geen aapjes kijken? Of: ik heb al collega’s die autochtoon zijn.” Issa selecteerde alleen de contacten die er de mogelijkheid tot zelfonderzoek in zagen. “Zoiets gaat alleen goed wanneer je dezelfde intentie hebt.”

Voor Cees Jan de Boer schuilde een grote confrontatie in de ontmoeting die Issa voor hem had geregeld met een leeftijdsgenoot van Marokkaanse origine, in een koffietentje, ergens in Amsterdam. “Hij vroeg naar mijn specialisatie. Toen ik die vertelde zei hij: jammer, ik had graag met een strafrechtadvocaat gesproken. En, ondanks dat ik open en tolerant wil zijn, had ik toch een associatie met criminaliteit – een door hem gestolen scooter of iets dergelijks. De volstrekt valide conclusie dat hij misschien zelf wel jurist was, advocaat wilde worden of bij de politie werkt, kwam niet bij me op. Ik ben erg geschrokken van het vooroordeel dat kennelijk ook in mij huist. Helemaal tegengesteld aan mijn zelfbeeld. Ik heb daar letterlijk van wakker gelegen. Als mijn zelfbeeld op dit punt niet klopt, kan ik zomaar ook op andere punten afwijken van het ideale plaatje.”  Naar zijn zeggen heeft dit besef hem onomkeerbaar veranderd. En bij meer deelnemers hebben de inzichten diep ingegrepen.

Deurtje

Op de vraag wat dit alles nu eigenlijk met kunst te maken heeft, zegt Lina Issa dat dit een typische aanpak voor een kunstenaar is. “Onze manier van werken is vaak een spiegel. Een kunstenaar prikkelt, maakt emoties los, roept vragen op, creëert ervaringen en onderzoekt die. Ik zal nooit proberen te zeggen hoe het zit, heel anders dan een trainer of een consultant.  Bovendien ben ik als kunstenaar gewend om organisch te werken. Ik volg mijn intuïtie. De vorm ontwikkelt zich verder in het creatieve proces.” Er was tevoren dan ook geen plan van aanpak. Wel een doelstelling. In haar woorden: “Dat er bij de deelnemers in hun hoofd een deurtje opengaat dat daarna niet meer sluit. Dat is gelukt, bij iedereen op een ander niveau. Variërend van: de drempel ten opzichte van allochtone mensen is lager geworden, tot: mijn wereld is veranderd.”

Terwijl de deelnemers in het proces met Lina Issa zich ontwikkelden, wist het grootste deel van de 270 medewerkers tellende organisatie nauwelijks wat er gebeurde. Reumkens ziet dit spanningsveld als onvermijdelijk en heeft er ook geen probleem mee. Hij kijkt nu naar de groep van zestien medewerkers die na het vertrek van de kunstenares het proces verder moeten dragen. “Het is nog te vroeg om te zeggen wat de oogst van deze onderneming was. Wel ben ik verbaasd hoeveel er in zo’n korte tijd al losgemaakt kan worden.”

Ongeschreven bureauhandboek

Cees Jan de Boer wil zichzelf nu geen diversiteitsambassadeur noemen, maar is vast van plan om te doen wat in zijn vermogen ligt om het thema diversiteit op de agenda te houden. Daarvoor organiseerde hij voor zijn sectie een lunch met Lina Issa en schreef hij het ‘ongeschreven bureauhandboek’ waarin alle belemmerende ongeschreven gedragsregels staan die iedere organisatie nu eenmaal kent. “Ik hoop dat de andere deelnemers dit ook doen in hun sectie. Lina heeft in de organisatie een zaadje geplant. Dat hoeven we alleen maar water te geven.” En staat hij nu anders tegenover allochtone collega’s of cliënten? “Mijn intenties zijn hetzelfde gebleven. Maar ik heb nu meer zelfkennis op dit vlak. Ik zal nu eerder op zo iemand afstappen. Niet omdat ik wil laten zien hoe goed ik ben, maar omdat ik zelf ook behoefte aan contact heb.”

Lees meer over ons programma: Hoe? Anders!